Nieuwsflits April 2013

Van de bestuurstafel

 

·         Het bestuur is bezig met een oriëntatie op de toekomst: hoe moet de heemkundekring er de komende jaren uit gaan zien, wat vinden we daarbij belangrijk,  hoe willen we ons verder ontwikkelen en wat is daarvoor nodig.
We bespreken hierbij de volgende onderwerpen:
- de betrokkenheid van de leden
- onze inhoudelijke heemkundige ambities
- de activiteiten van de werkgroepen
- ons onderkomen: de Hof van Ram
- onze uitstraling en ons imago
- de activiteiten die georganiseerd worden
De relatie met de leden moet veel aandacht krijgen: hoe kunnen we de betrokkenheid van de leden bij wat we doen vergroten.
We willen u vragen om ons hierbij te helpen: als u ideeën of suggesties heeft, horen we dat graag van u (telefonisch of via de mail).

 

·        Het jaarboek vordert gestaag. Het wordt een geweldig boek over de prachtige monumenten in en de boeiende geschiedenis van Halsteren en Lepelstraat. Het eerste exemplaar zal op de Open Monumentendag uitgereikt worden.

 

·        Het overleg met de gemeente over diverse onderwerpen verloopt plezierig. Er wordt nog steeds gewerkt aan verbetering van de toegangswegen naar De Hof. We zijn op bezoek geweest in het archief van Bergen op Zoom. De gemeente denkt mee over de wijze waarop we onze activiteiten organiseren en hoe we De Hof van Ram optimaal kunnen gebruiken.

 

GESPOT: GEERT VAN OEVELEN (Bernhardstraat)

Altijd verwacht ik het gesprek wel in een uur te kunnen afronden, maar iedere keer komt er na de algemeenheden zoveel op tafel dat de tijd vliegt. Zo verliep het ook bij Geert van Oevelen, uit de Bernhardstraat, dus niet te verwarren met anderen die ook Geert van Oevelen heten. Ook verbaast het me en wekt het mijn bewondering hoeveel leden van de Heemkundekring zich met hart en ziel inzetten voor het onderhoud van het gebouw en het terrein, eerst aan de Jannelandseweg, nu aan De Beeklaan. Ook in het verhaal van Geert was in eerste instantie de rode draad verbouw en onderhoud. Na de brand in de boerderij aan de Jannelandseweg, waarbij het woonhuis gespaard bleef, en na het vertrek van de boer naar Zorgcentrum St. Elisabeth, werd het woonhuis onderkomen voor de Heemkundekring. Maar de handen moesten wel eerst uit de mouwen. Zo bevond zich in de keuken nog een bakoven die het restaureren waard was. Daarna werd er daadwerkelijk brood gebakken onder leiding van Ad van Bemmelen, werkzaam bij bakker De Kok in Lepelstraat. Geert had een groot aandeel in de restauratie, het schilderwerk en de bestrating van en bij het pand aan de Jannelandseweg. Ook de vijver, waaruit regelmatig het riet moest worden weggehaald, viel onder de hoede van Geert. Na de verhuizing naar De Beeklaan begon alles weer van voren af aan. Geert vertelde over de bedstee uit de boerderij van de familie Van den Berg in het Halsters Laag. Die boerderij werd afgebroken en de bedstee verhuisde naar het heemhuis.  Geert werkte veel samen met zijn neef Geert van Oevelen uit de Schoolstraat en Jan Timmers.

Uitgepraat? Helemaal niet! Mappen vol oude ansichten en oude schoolfoto’s werden te voorschijn gehaald. De schoolfoto’s besloegen de periode 1910 – 1960, keurig gedocumenteerd, zoveel mogelijk namen achterhaald. Ook waren er foto’s van de voetbalvereniging en harmonie Sint Cecilia. Op de oude ansichten uit Halsteren, Lepelstraat en Tholen raakte je ook niet uitgekeken. Zoveel ansichten uit de eerste helft van de twintigste eeuw en zelfs ouder? Ja, Bergen op Zoom was een garnizoensstad met soldaten overal vandaan en die wilden wel eens een kaartje naar huis sturen.

Geert, evenals zijn vrouw Lenie Geers geboren en getogen in Halsteren, is een hartstochtelijk stamboomonderzoeker en geïnteresseerd in genealogie. U heeft hem vast wel eens ontmoet op de genealogische dag! Uren brengt hij achter de computer door. Desondanks blijft er nog tijd over voor zijn grote moestuin compleet met aspergebedden. Dat je niet uitgepraat raakt met iemand die op vijftienjarige leeftijd heel Halsteren kende, mag na het bovenstaande duidelijk zijn!

 

Mieke Grever

 

Over de Kuus. Jan Somers heeft nog al wat verhaaltjes en beschrijvingen nagelaten en Henk van Aert redigeerde ze. Vandaag één in de Nieuwsflits, zodat ze niet verloren gaan.

Zo ’t een en ander over de kuus1

 

’t Begind as ’n biggeske, dan kan ’t, deur ze te snije, ’n gelt2 of nen barg3 worre. Dà snije vinne ze vedaog de dag nie mir beestvriendelijk. Ze deje dà snije bij die biggeskes om zo laoter te vorkomme dad ’t vlees, na ’t slachte van ’n bremstig vrouwkeskuus, nie binne körte tijd bedarft. En as ’t mannekesbiggeske nie gesneje wor, spriengd ’t spek van d’n geslachte beer uit de pan à ge ’t gaot bakke.

 

D’r zitte nogal wà ,,onderdele” aon ’n kuus en ok d’rin. Me weten amaol dà t’r vet spek, buikspek, ham en karmenaojen aonzitte.
En dà ze van de kop en de kinnebak zult4 maoke. De poten, d’hiele en de staert gaon in de snert5. ’t Bloed, al of nie mee spekskes en kruie, doen z’in d’n dikke darm en dà’s dan bloedwöst. Sommigte mense vinne dà lekker, gebakke mee ’n appeltje. Van vleesoverschot en ’n bietje vet maoke ze vleeswöst, en die doen z’in de dunne darm. (Eigelijk is dà wel ’n bietje raor, ee: de darme zitten eest in de kuus en daorna gaot ’r ’n deel in de darme.)

 

De reuzel wor gesmolte en de kaojkes6 daorvan worren opgebakke mee appeltjes en ’n bietjen azijn. ’t Reuzelvet wor op de botramme gesmeerd. Vet dad uit ’t spek komt is kripvet; heel lekker mee suuker op de botram. Ok maoke ze d’r wel ’s stroopvet van.

 Plukvet is vet dà ze van de darmen afplukke as ze die schoonmaoken om ’r daornao wöst in te doen.

De zoete krip7  gaot meestetije in de wöst.’n Dilleketesse is de zwezerik8. Nie te verwarre mee de pezerik9, dà’s heel wad anders, die wor gebruikt om de zaog en zo mee te smere.

Bekant alles van de kuus wor opgegete. D’ore wiere tot pertjes of ripkes gesneje en gebakke, dà noeme me dan smullekes.

O jao, d’r zitten ok nog knörrekes en ribbekes aon en van ’t haor maoke ze bössels en kwaste.

Jan Somers (†).

 

 

1Varken.

2 Gecastreerd vrouwelijk varken.
3 Gecastreerd mannelijk varken.
4Hoofdkaas.
5 Erwtensoep.
6 Kaantjes.
7Alvleesklier of pancreas.
8 Thymusklier. Deze klier ligt achter het borstbeen, strekt zich aanvankelijk uit van de bovenkant van dit been tot nabij de hartstreek. De laatste jaren is duidelijk geworden dat de thymus, of zwezerik ook een grote rol speelt in het lymfestelsel en met andere organen betrokken is bij het immuunsysteem dat wil zeggen de bescherming tegen bronnen van infectie.
9 Pezerik. Het mannelijke geslachtsdeel van een rund en een varken wordt pezerik genoemd. De varkenspezerik van het mannelijke varken ‘de beer’ bevat een grote hoeveelheid korrelig vet. De pezerik hing vaak bij het fornuis, dan was hij altijd bij de hand. Als hij ergens buiten werd opgehangen, was het een lekkernij voor mezen.

 

Voorjaarsconcert De Glacis weer heel gezellig!

Het voorjaarsconcert van 24 maart viel weer goed in de smaak bij het publiek.  ‘Voorjaarsconcert’ was een groot woord. Door de weersomstandigheden leek het meer op een midwinterconcert. Buiten lag een pak sneeuw en het was koud, maar binnen in de sfeervolle ruimte van het heemhuis aan de Beeklaan was het goed toeven. Daar was de aangename warmte van de Glacis en natuurlijk ook van de kachel. Zo’n zestig mensen hadden de barre weersomstandigheden getrotseerd en behoefden daar zeker geen spijt van te hebben. De Glacis bracht een afwisselend programma van oude en nieuwe liedjes. Ook veel streek­ en eigen werk met een grote herkenbaarheidsfactor bij een groot deel van het publiek. Neem nou het lied van Sinte Krijn, dat Frans Nefs schreef en dat juist nu een extra dimensie meekrijgt vanwege het honderdjarig bestaan van de Quirinuskerk dit jaar. Tussen het publiek zat zelfs iemand die vroeger onderwerp van het liedje was. Met bedekte termen wist Frans hem te ’ontmaskeren’. Ook het liedje van Juffrouw Spek was heel herkenbaar. En zo genoot het publiek met volle teugen van de liedjes en vertelsels, die - al zijn sommige van wat oudere datum - nog steeds actueel zijn. Op het eind mocht de groep zelfs een staande ovatie in ontvangst nemen.

 

Frans Nefs

 

Verslag naar aanleiding van de lezing over familiewapens 

door de heer P. Koster.

De oorsprong van het voeren van een familiewapen ontstond in de tweede helft van de twaalfde eeuw. Edellieden droegen tijdens hun strijd op het slagveld fel gekleurde wapenschilden, omdat ze anders in hun harnas en helm niet herkenbaar waren voor hun bondgenoten en tegenstanders. Men deed dit door kleuren en symbolische versieringen op het schild aan te brengen. Op het schild werd geen kleur op kleur gebruikt, daar het schild dan minder herkenbaar was. Het bleef echter niet bij versieringen op het schild. Ook op de paardenkleden, banieren (langwerpige vlaggen) en op de helmen werden deze herkenningstekens aangebracht. Later werden de familiewapens vooral gebruikt om te imponeren tijdens riddertoernooien. Sommigen gebruikten een vogel, anderen een leeuw, een kruis of een ring. Hoe meer ridders er kwamen, hoe ingewikkelder de versieringen op het schild werden. Een versierd schild wordt een wapen genoemd. Na de riddertijd, vanaf de late middeleeuwen, gingen steeds meer mensen een eigen wapen als herkenningsteken gebruiken. Doordat men toen niet in kleur kon drukken, werd de blazoenering (wapenbeschrijving) van het wapen aangebracht door middel van arceringen. Zo was bijvoorbeeld blauw (azuur of lazuur) afgebeeld door middel van horizontale streepjes, rood (keel) door verticale streepjes, groen (sinopel) door middel van diagonale streepjes, van links boven naar rechts onder, en zwart (sabel) door zowel horizontale als verticale streepjes. Nadat eerst alleen de adellijke families een wapen hadden, gingen ook de gewone burgers, ambachtslieden en gilden een wapen als herkenningsteken gebruiken.

 

Iets meer over de opbouw en vorm van een familiewapen: het wapenschild is het belangrijkste deel van een wapen, hierop vinden we blazoeneringen. Op het schild rust de helm, is deze met figuren beschilderd noemen we ze helmfiguren. Daarna volgen de helmkleden, deze zijn ontstaan uit een kleedje dat van achteren over de helm viel ter bescherming tegen de zon. Hierop een wrong, voorstellende een opgerolde doek, hiervan is de kleur gelijk aan die van de helmkleden. En als laatste daarboven het helmteken.

De meest voorkomende vormen van een schild zijn: aan de onderzijde half rond of voorzien van een accolade. En in mindere mate afgerond uitlopend op een punt. Eveneens kennen we een ruitvormig schild, dit werd vanaf de 16e eeuw door ongehuwde vrouwen gebruikt, voordien droegen ook mannen deze schilden. Verder het ovaalvormige schild, voor een gehuwde vrouw. Links en rechts wordt in de wapenkunde altijd tegenovergesteld gebruikt, dit omdat een wapen door de voerder vanachter zijn schild wordt beschreven.  Men spreekt dan over heraldisch links en heraldisch rechts. Tevens kennen we verschillende vlakverdelingen op het schild zoals: horizontaal doorgesneden, verticaal half gedeeld, doorgesneden en half gedeeld, gedeeld en links doorgesneden, gevierendeeld, gevierendeeld met hartschild, geschuind lopend van rechtsboven naar linksonder en linksgeschuind, lopend van rechtsboven naar linksonder. Loopt op het schild een streep van rechtsboven naar linksonder, dus geen balk, dan was dit van een bastaardkind. Over de kleuren op het wapen:  rood betekent moed en opoffering, blauw wetenschap en waarheid, groen mildheid en hoop, terwijl zwart gevaar en kracht voorstelt. Wanneer zowel de man als de vrouw voor hun huwelijk een wapen hadden, kwamen na de huwelijkssluiting beide wapens op het familiewapen. Dit noemde men dan een samengevoegd wapen. Evenzo gebeurde dit ook met het wapen voor hun kinderen, men kreeg dan een doorgesneden en half gedeeld, of een gevierendeeld wapen, dit naar gelang men een of twee kinderen had.

Zo was het in Vlaanderen gebruikelijk dat schepenen met hun familiewapen zegelden en indien dit niet bestond, een persoonlijk wapen kozen. Dit werd dan later vaak gebruikt als familiewapen door de nakomelingen. In Vlaanderen werd een officieel wapen toegekend door de Vlaamse Regering, op advies van de Vlaamse Heraldische Raad.

Wil men in Nederland een familiewapen officieel laten registreren, dan kan dit bij het Centraal Bureau voor Genealogie. Men moet dan wel bij de aanvraag een stamreeks indienen van vader op vader, tot voor 1750 en voorzien van geboorteaktes en overlijdensaktes. De kosten bedragen ongeveer 1000 euro, maar men krijgt dan wel een wapendiploma. Tot zover de geschiedenis over familiewapens.

 

Ger Nefs

 

 Winnaar fotoprijsvraag

Het goede antwoord op de fotoprijsvraag in de Nieuwsflits van januari was: gebouw De Lepelaar in Lepelstraat. Geweldig hoeveel goede inzendingen er weer waren! Na loting gaat de prijs naar de heer Herman Verburg. Gefeliciteerd! De heer Verburg wordt uitgenodigd om tijdens de Jaarvergadering op 25 april  aanstaande de prijs in ontvangst te komen nemen.

 

Nieuwe fotoprijsvraag

U mag weer raden waar de onderstaande foto is genomen. Wij hopen dat de prijsvraag opnieuw veel reacties oplevert. Stuur uw oplossing naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. , Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of De Hof van Ram, De Beeklaan 29A, 4661 BA Halsteren. De winnaar of winnares wordt in het zonnetje gezet en ontvangt een verrassing!

 

 Komende activiteiten:

Jaarvergadering: 25 april, na de vergadering is er een gezellig samenzijn
voorjaarswandeling: datum is nog niet bekend
busreis naar Zeeuws-Vlaanderen: 25 mei
korendag: datum is nog niet bekend
Open monumentendag: 14 en 15 september: kunsten in de monumenten en uitreiking jaarboek